“Het temporiseren van het verhaal maakt deze roman tot een spannend boek. Het ineenvlechten van werkelijkheid en herinnering betekent een meerwaarde voor de vertelling. Een voortreffelijk debuut.” – De Nederlandse Bibliotheken

Waar schaduwen vallen roman

Synopsis

Jeroen van Deursen is een man van middelbare leeftijd die uit alle macht het lot heeft getart, nadat een onstuimige maar verdwenen liefde in Finland van hem een zelfdestructief mens heeft gemaakt. Hetzelfde lot roept hem vijfentwintig jaar later, wanneer hij zich ondanks plotselinge fysieke gebreken weer aan het maatschappelijk leven heeft aangepast, terug naar datzelfde Finland. Daar zoekt hij stad en land af naar sporen van zijn plotseling verdwenen liefde. Nadat hij die sporen, hoe pijnlijk en fataal ook, heeft verwerkt, is hij eindelijk in staat om de vier weken die hij met zijn mysterieuze Anna heeft doorgebracht en de desastreuze periode die daarop volgde naar zijn nieuwe inzichten te reconstrueren. De vraag is of die wel de getrouwe werkelijkheid volgen. Daarmee is Waar schaduwen vallen een ode aan de kracht van het verbeeldingsvermogen die elk mens over zijn beperkingen heen kan tillen. 

Fragment

[ /]

Hoofdstuk 1

Ook vandaag betreed ik het kantoor van mijn uitgeverij zoals ik dat al jarenlang gewoon ben. Te laat, op mijn tenen en via een achterdeur die precies in mijn raamloze kamer uitkomt. Het is mijn methode om in de ochtend niet overvallen te worden door personeel dat zich staat te verdringen met vragen. Die achterdeur bleef geheim tot op de dag waarop een overijverige secretaresse me zo nodig tot aan mijn bureau moest achtervolgen, nadat zij me op straat tegen het lijf was gelopen. Ik was zo ontsteld door wat ik als een inbreuk op mijn privacy beschouwde dat ik niet anders kon dan haar de wacht aanzeggen, waarna ik op de deur een extra slot aanbracht.

Nu ik inmiddels minder verkrampt door het leven ga, heb ik de sleutel daarvan ook aan mijn nieuwe secretaresse toever-trouwd. Linda is daarmee meteen mijn steun en toeverlaat ge-worden en vast onderdeel van het dagelijkse ritueel waarmee ik mijn werkdag begin. Elegant balancerend op haar ranke benen met een kop koffie in de ene en een stapel post in de andere hand helpt zij me elke dag weer om de confrontatie met de wereld aan te gaan.

Wanneer Linda zich na haar inwijdende taak discreet terug-getrokken heeft, trek ik mijn kleren op mijn slip na uit. Ver-volgens zet ik een cd op van Roberto Fonseca, de Cubaanse jazz-pianist, en wel zo luid mogelijk, ten teken dat mijn drietal werk-nemers gewaarschuwd zijn dat ik niet gestoord wil worden, omdat ik met mijn ochtendoefeningen bezig ben. Een uitgeklede vorm van yoga noem ik het, omdat het in feite niet meer behelst dan een zelf geschapen mix van hatha yoga en gymnastiekoefe-ningen. Ik heb me die gewoonte aangewend sinds er een vorm van suikerziekte bij me is vastgesteld.

Suikerziekte, inderdaad. Nadat ik enkele malen overvallen was door het ellendige gevoel dat alle kracht ineens uit me wegsloop, zo abrupt zelfs dat ik dacht ter plekke flauw te vallen, besloot ik me maar eens aan een grondige medische check-up te onderwerpen. Niet omdat ik dat zelf zo noodzakelijk vond – ik zag er niet veel meer in dan de zoveelste hyperventilatieaanval, een plaag waar ik zo goed en kwaad als het kan mee heb leren leven – maar omdat mijn omgeving en met name Linda daarop bleven aandringen.

‘Ik heb niet zo’n goed nieuws voor u, meneer Van Deursen,’ klonk plichtmatig de onheilstijding van de behandelende arts, die een grote vierkante pleister op zijn voorhoofd droeg dat als een afgeplakt venster naar zijn brein oogde. Hij ging daarbij theatraal achter zijn bureau zitten en raadpleegde zijn computerscherm. Hij deed daar zo verrekte lang over dat ik inmiddels op het ergste voorbereid was.

Kanker, spookte het door mijn hoofd, misschien wel in een vergevorderd stadium. 

‘Ik zal het u maar direct zeggen,’ zei hij uiteindelijk, ‘het bloedonderzoek heeft uitgewezen dat u lijdt aan een vorm van suikerziekte, die wij ouderdomssuikerziekte noemen. Ja, ik weet dat dat raar klinkt op uw leeftijd, u wordt volgende week pas 47, zie ik hier, maar die term moet u ook niet al te nauw nemen. Ze dient ervoor om haar te onderscheiden van de klassieke vorm van suikerziekte die al op vroege leeftijd kan intreden. Daarnaast toont uw hartfoto iets van een litteken dat het gevolg moet zijn van een lichte hartaanval.’

Dat laatste viel bij nader inzien behoorlijk mee. Het litteken bleek iets erfelijks te zijn waar je heel oud mee kon worden en die suikerziekte was met een dagelijkse portie medicijnen prima te bestrijden. Maar aanvankelijk was de schrik me om het hart geslagen. Omdat ik gewend ben fietsend en lopend door het le-ven te gaan, meende ik over een uitstekende lichamelijke condit-ie te beschikken. Bovendien mag ik me erop voorstaan dat ik voor een man van mijn leeftijd tamelijk slank en gespierd ben. Maar ik beschouwde dat allemaal als niet meer dan vanzelf-sprekend, en vanzelfsprekendheden nodigen nu eenmaal niet uit tot enige vorm van dankbaarheid. Paradoxaal genoeg deden de eerste signalen van mijn lichamelijke kwetsbaarheid dat wel. Eind goed, al goed, dacht ik opgelucht, toen ik die hele medische santenkraam achter me had gelaten. En om het plotselinge bewijs van mijn sterfelijkheid te vieren besloot ik me ter plekke op een kistje Cubaanse sigaren en een fles Courvoisier te trakteren. Want als mijn bestaan toch in de schoot van het lot ligt en ik niet minder kwetsbaar ben dan iedere andere sterveling, dan moest ik niet ineens als een angsthaas de gezondheidsfreak gaan uit-hangen. Nu de tijd definitief haar limieten had gesteld, kon ik me maar beter volop in het leven storten.

Eenmaal m’n oefeningen gedaan ben ik klaar om de draad van de dag op te pakken en me door de paperassen te worstelen waarmee mijn bureau doorgaans bezaaid ligt. Ook nu zijn het weer de gebruikelijke manuscripten van auteurs van diverse plui-mage; bekend en onbekend, gelauwerd en onbegrepen, begin-nend, gestrand of geroutineerd. Daarnaast liggen er altijd stapel-tjes aan uitnodigingen, wekelijkse persberichten en vakbladen. De administratieve rompslomp, zoals contracten en facturen, daar kijk ik niet eens naar, die deponeer ik wijselijk in de des-kundige schoot van Linda. Daarmee heb ik de eerste horden van mijn werkdag genomen, slaak een zucht van verlichting en laat mijn hoofd even op het bureau rusten.

Maar op het moment dat ik halverwege ben, bedenk ik me en buk razendsnel om een vallende envelop met een Franse post-zegel te onderscheppen. Als ik weer omhoog krabbel, raak ik met mijn hoofd de rand van het bureau. Ik kan het wel uitschreeuwen van de pijn, maar verder dan een verbaasd geopende mond kom ik niet wanneer ik zie dat de brief van ene Uitgeverij Enquist afkomstig is. Nieuwsgierig hou ik de brief tegen het licht. Sinds wanneer stuurt Roy Enquist zijn brieven in officiële enveloppen met Franse postzegels erop? Ik scheur de envelop open om tot mijn verwondering te constateren dat die excentrieke vriend van me een uitgeverij is begonnen. Met overslaande stem roep ik Linda, want ik moet iemand in mijn verbijstering laten delen. Geschrokken opent zij de deur.

‘Linda, dit moet je echt horen. Hou je vast, daar komt ie. Onze vriend Roy Enquist, die vleesgeworden vrijbuiter, die is zowaar een eigen zaak begonnen.’ Ik kan m’n lachen niet langer bedwingen. ‘Weet je wat dat betekent? Dat we voortaan concur-renten zijn.’

Ook Linda barst in lachen uit.

‘Concurrenten? Partners zal je bedoelen, partners in crime.’

Hoofdschuddend loopt zij terug naar haar bureau. De verdere details krijgt ze later op de dag wel te horen. Zij weet dat ik haar in een opwelling bij me heb geroepen en verder met rust gelaten wil worden. Met stijgende verbazing lees ik Enquists relaas. Na ellenlange omzwervingen langs ongeveer alle uitgeverijen van de wereld blijkt die Zweedse eigenheimer de stoute schoenen te hebben aangetrokken en in zijn lievelingsstad Parijs een eigen uitgeverij te hebben opgericht waaraan hij maar meteen zijn naam heeft verbonden: Editions Enquist. Niet zonder ironie ant-woord ik hem dat ik de aangewezen persoon ben om een samen-werkingsverband mee aan te gaan, en dat ik er daarom reikhal-zend naar uitzie om het een en ander met hem te bespreken. Als ik zijn adres wil overschrijven, lees ik onderaan de brief, weg-gestopt in een postscriptum, dat hij sinds kort dagelijks het bed deelt met zijn ‘geliefde Margalit’.

Asjemenou, de wereld op zijn kop, verzucht ik terwijl ik naar het chaotische handschrift van mijn beste vriend staar. Hoeveel geliefden hebben inmiddels niet zijn flamboyante bestaan ge-passeerd, en reken maar niet dat zij ooit op een plaats in zijn leven mochten rekenen. Laat nou uitgesproken dat Franse kreng van Margalit hem in haar netten hebben gestrikt. Niet alleen heeft zij mij ooit in Stockholm, toen haar hormonen weer duch-tig bleken op te spelen, urenlang in de vrieskou laten staan, bo-vendien ben ik door haar stuitende opportunisme een van mijn lievelingsauteurs kwijtgeraakt. Maar ik put hoop uit het feit dat Roy voor deze laatste informatie een postscriptum gebruikt.

Taal: Nederlands
Bindwijze: Paperback
Druk: 1
Verschijningsdatum: juni 2020
Afmetingen: 22,1 x 14,6 x 2,5 cm
Aantal pagina’s: 284 pagina’s
ISBN: 9789090325057
Schilderij omslag: Rik van Iperen – New Horizons, olieverf 80 x 100 cm
Omslagontwerp: Marit Stofberg, Zand en Parels
Copyright © 2020 Paul Hegeman, Bergen (NH)